We spreken vaak (goed bedoeld) voor onze kinderen, terwijl zij zelf iets te zeggen hebben.
Bijvoorbeeld:
• Jij bestelt alvast voor je kind in het restaurant
• Jij legt aan de juf uit wat er gebeurd is
• Jij antwoordt als iemand je kind iets vraagt
• Jij vult in wat je kind voelt of bedoelt
• Jij voorkomt dat je kind iets spannends moet zeggen
Goed bedoeld.
Beschermend.
Liefdevol.
En tegelijk raakt de stem van je kind soms naar de achtergrond.
Ruimte geven aan die stem betekent niet dat je je kind laat zwemmen.
Het betekent dat je naast je kind blijft,
terwijl het oefent met spreken, voelen en kiezen.
“Wil jij het zelf zeggen, of zal ik je helpen?”
“Ik ben bij je.”
Niet overnemen.
Wel ondersteunen.



